Dag 212 Tim leert borduren

Buurvrouw Wiep zit aan tafel.
Ze heeft een lapje stof in haar hand.
Op het lapje staat een bloem.
Een bloem gemaakt van allemaal kleine kruisjes.
Tim vindt het erg mooi.
“Mag ik ook van die kruisjes maken?” vraagt hij.
“Tuurlijk,” zegt buurvrouw Wiep, “dat heet borduren.”
Ze geeft Tim een stukje stof en een naald met een draad er in.
Eerst laat ze zien hoe het moet.
De naald verdwijnt onder het lapje en dan prikt buurvrouw Wiep ermee door de stof.
Ze pakt de naald aan de bovenkant vast en trekt er aan.
Dan steekt ze de naald weer naar beneden.
Op en neer, van boven naar beneden en van beneden naar boven, steeds op een ander plekje in de stof.
Zo maakt ze kruisjes.

borduursteek

“Oooowwww,” zegt Tim, “dat is makkelijk.”
Hij gaat meteen aan de slag.
Tim maakt een hartje.
Zo Tim, dat is knap.
“Lukt het?”  vraagt buurvrouw Wiep.
“Ja zeker,” lacht Tim. Hij wil het hartje laten zien.
Maar dat gaat niet.
hartje-trui
O, o
Het zit vast aan zijn trui.
Och Tim je hebt het lapje aan je trui vast geborduurd!
Wat nu!
Maar Tim vindt het niet erg.
“Nu is mijn trui nog mooier!” roept hij blij.
Buurvrouw Wiep schudt haar hoofd.
Gekke Tim.

Comments are closed.