Dag 167

Ik vond een vetkrijttekening terug. Denk van een jaar of 20 geleden. Volgens mij wilde ik toen een boekje maken met kattenverhaaltjes. Kennelijk is het bij een probeersel gebleven. Kon het niet laten om bij het plaatje een gedichtje te maken. Zo is de cirkel toch weer rond!

 

Poes Rood keek naar Poes Grijs en zei;

“Dat haar van jou, das niks voor mij,

Je lijkt een muis, heel groot en vet

en volgens mij piepte je net.”

 

“Mauw!” zei poes Grijs, “zeg, hou je mond.

Jij lijkt een wortel uit de grond,

Of een tomaat, zo rood als wat.

Kijk maar goed uit, ik stamp je plat.”

 

Poes Rood riep, “tsss, jij grijze duif.

Vlieg op, voordat ik aan je kluif!

Want grijze beestjes zoals jij,

eet ik er graag als hapje bij.”

 

Dat vond poes Grijs een leuke grap.

Hij lachte hard, “jij rode krab!

Ik pak jou eerst en kraak je schaal,

Dan heb ik ook lekker maal.”

 

Toen gaven ze elkaar een douw

Poes Rood, zei; “oei,” Poes Grijs riep; “auw”

Zo klierden ze nog even door.

Er vielen harde klappen hoor!

 

Toch was ook deze vechtpartij,

binnen een mum van tijd voorbij.

En na een dikke kattenzoen,

gingen ze fijn een slaapje doen.

2 comments

  1. Een heel poezelig gedicht weer en toch ook een beetje kattig !

  2. ja verdeurie idd, mooi omschreven!