18
aug 12

Dag 161

Ik ben de weg kwijt, riep muis Piep.

en rende naar een dikke kat.

Die deed of hij een beetje sliep,

en buiten op het stoepje zat.

 

En Piep die domme, domme muis.

stampte toen heel hard op de grond.

Hij vroeg weet jij de weg naar huis?

Ik loop hier nu al uren rond.

 

De dikke kat keek met één oog,

hij zag een fijne muizenhap.

Zijn poot kwam stiekem wat omhoog.

en gaf muis Piep een harde klap.

 

Piep vloog een meter door de lucht

en landde in de kattenbek.

Hij slaakte toen een diepe zucht.

en dacht, dit is een beetje gek.

 

Ik in die buik, oww, dat gaat mis!

Dit wordt mijn huisje voor altijd.

Maar weet je wat ’t leuke is?

Ik ben de weg nu niet meer kwijt.


17
aug 12

Dag 160

Toermaloe Taartjes eet iedere dag,

een taartje of tien, ja echt waar, want dat mag!

Van Toermaloes mama, die graag taartjes bakt

en zelf ook een taartje of tien per dag pakt.

Toermaloe Taartjes vindt taartjes wel fijn,

maar denkt dat een boterham beter zou zijn.

Ach kind! roept haar mama dan met volle mond,

er zit heel veel fruit in mijn taart, das gezond!

 

Ze bakt ze met aardbei, met kersen en peer,

met appel een druifjes en weet ik wat meer.

Zo eet Toermaloe wel veel fruit, dat is waar,

maar altijd in taartjes, dat is toch best raar?

Toermaloe Taartjes eet iedere dag,

een taartje of tien, ja echt waar, want dat mag.

Maar ooit wordt ze groter en dan roept ze: Stop!

Geen taart meer maar broodjes, daar kan ook fruit op.


09
jul 12

Dag 154

Ik wil graag vieze voeten! riep Victor Varken luid.

Hij vond al snel een modderplas en trok zijn schoenen uit.

 

Daar stapte Victor stampend rond, de blubber vloog omhoog.

Maar na een tijdje spetteren, was niks meer aan hem droog.

Dat maakt niet uit, zei Victor stoer, ik loop ook liever bloot.

Weg met mijn broek en met mijn hemd, ze waren toch te groot.

 

Hij nam een duik en rolde rond, zijn vel werd heel erg vuil.

Door alle kunsten die hij deed, daar in die grote kuil.

En nou naar huis, riep Victor blij, na uren modderpret.

Daar nam hij lekker lang een douche, en sprong toen schoon in bed.


18
jun 12

Dag 145

Dit gedichtje is speciaal gemaakt voor het poppentheater van mevrouw Hoedjes in Bergen. Het hoort bij de zomervakantievoorstelling De schelp. Als de kinderen naar huis gaan krijgen ze een kleurplaat mee met het versje dat Mevrouw Hoedjes voor ze heeft gezongen. Hoe koel is dat!


15
jun 12

Dag 143

Bang vogeltje geïllustreerd door Rienke Verheul

 

Bang Vogeltje klom uit haar ei.

Eerst was ze best een beetje blij,

maar toen Bang Vogeltje zich boog,

zag ze de grond, wat zat ze hoog!

Ja kind, riep Mama Vogel toen.

Daar kan ik even niks aan doen.

Ons huisje is een vogelnest

tussen de takken, dat went best.

 

Bang Vogeltje werd langzaam groot,

At wormpjes, torren, soms wat brood.

En mama zei, het wordt nu tijd.

Dat je gaat vliegen, vogelmeid!

 

Bang Vogeltje schrok zich toen naar.

Dat kreeg ze echt niet voor elkaar!

Ze piepte boos, sprong op en neer.

Haar vleugels zwaaiden heen en weer.

 

Wat was Bang Vogeltje toch druk!

en toen…. vloog ze per ongeluk,

zomaar wat meters in het rond

en landde veilig op de grond.

Bang Vogeltje is niet meer bang

en vliegen kan ze urenlang

tot mama zegt: Bedtijd! Kom vlug!

Dan vliegt ze snel naar huis terug.


11
jun 12

Dag 142

Hé, ken jij beertje Mopperman.

Nee? Nou die kan er wel wat van.

Hij moppert heel de dag maar door.

Dat mag ook best wat minder hoor!

 

Want het geknor begint al vroeg.

Hij vindt zijn thee niet koud genoeg.

Zijn broodjes zijn echt veel te klein.

De eitjes moeten zachter zijn.

 

Op weg naar school, moppert hij weer.

Wat is het druk in het verkeer!

En waarom fietst mijn fiets zo stom.

Is het nog ver, rijden we om?

 

Dan in de klas het zelfde lied.

Zeg hou eens op, zo gaat dat niet.

Maar Mopperman, vindt zelf van wel

en moppert door tot aan de bel.

 

Weer thuis zit Mopperman alleen.

Hij zucht, waar kan ik nou eens heen.

Geen vriendje dat hier speelt met mij.

Och Mopperman doe dan eens blij.

 

Maar dat vindt Mopperman niet fijn.

Een blije beer wil hij niet zijn.

Waarna hij boos de wekker zet

En verder moppert in zijn bed.

 

Nu ken je beertje Mopperman.

Daar wordt je vast niet vrolijk van.

En anders worden lukt niet meer,

hij is en blijft  een Mopperbeer!


11
jun 12

Dag 141

Peutertje Teus, peutert steeds in haar neus.

De hele dag door. Echt! Geloof me nou. Heus!

En peutertjes mama roept iedere keer,

Hé peutertje, stop eens, nou doe je het weer!

Maar peutertje neuspeutert door, gat voor gat.

Dat hoort toch niet Peutertje Teus, weet je dat?

Peutertje Teus vindt een snotje zo fijn!

Vooral die wat zoute, mooi groen, rond en klein.

Ze kan haast niet stoppen, want voor ze het weet,

dan peutert haar vinger en heeft ze weer beet.

Zo neuspeutert Peutertje Teus heel de dag.

Hoewel het van peutertjes mama niet mag.

En al wordt ze groter, toch peutert Teus door.

Als kleuter en schoolkind, die stopt echt niet hoor!

En is ze straks mama dan heb je er twee,

want peutertjes peuter, die peutert ook mee!

Och peutertje Teus, peutert steeds in haar neus.

Al wordt ze een oma. Geloof me maar. Heus!


10
jun 12

Dag 140

Leeuw Gaap voelde zich wild vandaag!

Dat was bijzonder, want leeuw Gaap,

lag vaak maar wat of viel in slaap.

En alle dingen deed hij traag.

Leeuw Gaap besloot, ik wil wat doen!

Iets wat niet mag, iets heel erg stouts,

iets vreselijks en super fouts!

Hij dacht hard na en wist het toen.

Hij rende naar een hertje toe.

Ze lag te slapen in een kuil.

Leeuw openende zijn leeuwenmuil

en brulde toen echt keihard BOE!!!

Het hertje schrok zich bijna dood!

Leeuw Gaap moest lachen! Wat een feest,

Zo wild was het nog nooit geweest.

Toen gaapte hij zijn tanden bloot.

Wat werd je moe van zoveel pret!

Nee, wild zijn kon niet elke dag,

Toch was hij blij en met een lach.

kroop Leeuw Gaap in zijn leeuwenbed.


08
jun 12

Dag 138

Egeltje spiegelde zich in een plas.

Toen zag ze haar haar en hoe puntig het was.

Ik zie er niet uit, riep ze boos. Dat geprik,

wat lijkt dat onaardig, zo scherp, stijf en dik.

Ze ging naar de kapper en zei, maak me blij.

Doe jij eens wat leuks met die prikkers van mij.

De kapper dacht, ja hoor, dat heb ik dus weer,

want stekels die prikken, straks doe ik me zeer.

 

Maar tóch mocht ze zitten, de kapper begon,

met wassen en knippen, zo goed als het kon.

Hij krulde de stekels, al ging dat wat zwaar

en na nog wat föhnen was egeltje klaar.

Ze keek in de spiegel en viel bijna flauw

Wat leek het geweldig, precies wat ze wou

Toen ging ze naar buiten en nou loopt ze daar,

De enige egel met krullend rood haar.


04
jun 12

Dag 137

Kriebelkrabbelkriebelkrab.

Voel je dat? Met elke stap,

Kriebel ik je blote vel.

Op mijn pootjes ren ik snel,

door jouw haren heen en weer

en kriebel je steeds meer.

Oh, ik vind het daar zo leuk!

maar jij krijgt nu heel veel jeuk.

Ben zo klein dat je niks ziet.

Krab me dan, je krijgt me niet.

Met mijn vriendjes plaag ik jou.

Vang je ons? Waar blijf je nou!

Ben een stoute kriebelluis.

Jouw hoofd is nu mijn warme huis.

Tot mama zegt, hé kom eens gauw.

Wat kriebelt daar zo erg bij jou?

Ze kamt en vist ons uit je haar.

Dan is het kriebelkrabbelklaar!