25
mei 12

Dag 132

Beer wil wat anders

“Ik wil wel eens wat anders, “ zei Beer en keek om zich heen.

“Wat dan,” vroeg Vis die net zijn hoofd boven water stak.

“Nou gewoon, iets anders dan….. dit,” Beer wist het ook niet precies.

“Kom maar met mij mee, ” zei Vis, “dan zie je nog eens wat.”

Dat leek Beer een goed plan.

Hij sprong het water in en zwom Vis achterna naar de bodem van het meer.

Beer vond het mooi, maar ook een beetje saai.

Hij zag alleen wat visjes en plantjes.

Toen Beer geen lucht meer had, ging hij weer naar boven en klom op de kant.

Daar zat Vlieg.

“Ha Beertje ,” zei Vlieg tegen Beer, “zwom je onder water?”

Beer knikte, “Ik wilde een keertje wat anders, maar het was een beetje saai.”

“Kom maar met mij mee,” riep Vlieg, “dan zie je nog eens wat.”

Beer klom in een hoge boom . Hij flapperde met zijn armen en sprong de lucht in, waar Vlieg op hem wachtte.

“Daar gaan we!” riep Vlieg en vloog weg.

Maar Beer viel naar beneden, want vliegen kon hij niet zo goed.

Onderweg zag Beer een eekhoorn, drie vogeltjes en wat takken.

“Ook saai,”  dacht Beer voor hij met zijn hoofd op de grond viel.

Door de harde klap zag hij sterretjes. Heel veel.

Dat vond Beer nou nog eens bijzonder, echt anders dan anders. Wat fijn!

“Maar het is mooi geweest,” zei Beer en hij had ook een beetje hoofdpijn, “ik ga een slaapje doen in mijn berenbed.”

Heel gewoon.


14
mei 12

Dag 128

De prinses met de groene vlek op haar neus

 

Er was eens een hele mooie prinses.

Ze woonde in een groot kasteel.

Op een dag keek de prinses in de spiegel.

“Ieks,” gilde ze, want er zat een groene vlek op haar neus.

Hoe kon dat nou!

De prinses poetste en boende, maar de vlek ging niet weg.

Dat was erg!

Ze huilde dikke tranen en wilde haar kamer niet meer uit.

Op een dag kwam er een prins op bezoek. Hij dronk appelsap met de koning.

Na een tijdje moest de prins heel nodig plassen.

Het paleis was groot en hij kon de wc nergens vinden.

Toen stapte de prins zomaar de kamer van de prinses binnen.

“Ga weg,” gilde de prinses en deed gauw een doekje voor haar neus.

Maar de prins had het al gezien.

“Ohhhh,” riep hij, “wat ben je knap en wat een mooie groene vlek!  Wil je met me trouwen lief prinsesje?”

Dat wilde de prinses wel en toen leefden ze nog lang en gelukkig..”