23
sep 18

Dag 221

Elsje Egel doet een slaapje, tenminste dat is de bedoeling, lees maar


15
sep 18

Dag 220

Tim leert de tafel van 1, lees maar


13
sep 17

Dag 219

Oei wat een woei, alle appeltjes vallen uit de boom. Wat nu!

Bewaren


05
sep 17

Dag 218

Veters en veters! Tim kent het verschil inmiddels. LEES MAAR


20
aug 17

Dag 217

De onderkant van een pootje. Tim weet er inmiddels alles van!

Lees maar


12
aug 17

Dag 216

Tim beleeft een nieuw avontuur. En dat lees je hier


29
nov 16

Dag 215 Burp!

Tim heeft een dikke buik.
Weet je hoe dat komt?
Hij kreeg een flesje drinken van buurvrouw Wiep.
Tim dronk het in één keer leeg.
“Brrrrr,” riep hij, “dat prikt!”
Oei, zat er geen appelsap in het flesje dan?
Nee!
Limonade met bubbeltjes.
Nou is de prik weg uit zijn keel, maar Tim voelt zich zo rond als een ballon.
Hij drukt met een vinger in z’n buik.
“Burp,” klinkt het.
Er komt een beetje lucht uit de mond van Tim
Hij moet er heel hard om lachen.
“Laat je boertjes? “ roept buurvrouw Wiep, “dat is niet netjes hoor!”
Maar Tim hoort haar niet.

burp
Hij drukt, burpt en lacht aan één stuk door.
Dan is het klaar.
Tim kan drukken wat hij wil, maar er komt geen lucht meer.
Dat vindt hij wel een beetje jammer.
Maar buurvrouw Wiep is blij.
“Mag ik nog zo’n flesje met prik?” vraagt Tim
“Dacht het niet,” lacht buurvrouw Wiep.
Daar snapt Tim echt helemaal niks van, jij wel?


11
nov 16

Dag 214 Een probleem?

Buurvrouw Wiep staat voor de open koelkast.
Ze kijkt naar binnen.
“Wat doe je!“ roept Tim.
“Nou,“ zucht buurvrouw Wiep, “ik denk even na, want ik heb een probleem.”
Tim snapt er niks van.
Hij gaat naast buurvrouw Wiep staan en kijkt naar al het lekkers.
“Ligt er een probleem in de koelkast?” vraagt hij, “hoe ziet dat er uit?”
Buurvrouw Wiep moet lachen.
“Nee gekkie, als je een probleem hebt, dan gaat iets niet zoals je dat wilt.”
Ze wijst naar de tafel.
“Ik wil die appeltaart bewaren in de koelkast, maar er is niet genoeg ruimte. De taart past er zo niet in!”
Oooo, is dat het probleem! Tim weet er alles van.
Laatst wilde hij even snel wat appeltjes in huis leggen en toen pasten ze niet door de brievenbus.
Dat was een groot probleem, want Tim had geen tijd om even naar binnen te lopen.
Hij wilde verder spelen.
Tim weet opeens wat hij kan doen om buurvrouw Wiep te helpen.
Net als met de appeltjes, gewoon wat kleiner maken.
Nog lekker ook!
Tim loopt naar de tafel en neemt drie grote happen van de appeltaart.
Hap, hap en hap.
tim-probleem

Ojee,
Er is bijna niks meer over.
Maar dat is helemaal niet erg.
Nu past de appeltaart wel in de koelkast.
Tim kijkt blij naar buurvrouw Wiep.
Maar die kijkt heel boos.
Oei, Tim heeft geloof ik een probleem.
Uhhhh……gauw wegwezen Tim!


04
nov 16

Dag 213 Goeie grap Tim!

“Ik ken een mop!” roept Tim naar buurvrouw Wiep, die buiten de was aan het ophangen is.  “Zal ik hem vertellen?”
“Ja graag!” zegt buurvrouw Wiep, “ik heb nog helemaal niet gelachen vandaag.”
Dat vindt Tim een beetje  gek.
Hij moet zelf heel vaak lachen op een dag.
Om poes Loes als ze rare gezichten trekt.
Of om zichzelf, als hij een stukje brood in de appelsap laat vallen.
Als er een duizendpoot over zijn buik loopt, want dat kietelt.
Om de grapjes van de postbode.
Of als iemand schrikt van zijn lange staart.
Om de verhaaltjes van Dikkie  Dik .
Of als iemand een goeie grap maakt.
Tim moet alweer lachen als hij aan al die leuke dingen denkt.

lachen-mop

“Nou, komt er nog wat van?” vraagt buurvrouw Wiep.
Huh, waarvan?
O ja, nu weet Tim het weer. Hij zou een mop vertellen.
“Uhhh,” zegt Tim en dan nog eens “Uhhhh…. o,o, ik ben um vergeten!”
“Hahahahaha,” lacht buurvrouw Wiep, “dat is nog eens grappig.”
Vrolijk zwaaiend loopt ze naar binnen.
Tim moet ook lachen.
Om zichzelf en om de mop die al leuk was zonder dat hij hem had verteld.
Hahahaha.
Goeie grap Tim!


03
nov 16

Dag 212 Tim leert borduren

Buurvrouw Wiep zit aan tafel.
Ze heeft een lapje stof in haar hand.
Op het lapje staat een bloem.
Een bloem gemaakt van allemaal kleine kruisjes.
Tim vindt het erg mooi.
“Mag ik ook van die kruisjes maken?” vraagt hij.
“Tuurlijk,” zegt buurvrouw Wiep, “dat heet borduren.”
Ze geeft Tim een stukje stof en een naald met een draad er in.
Eerst laat ze zien hoe het moet.
De naald verdwijnt onder het lapje en dan prikt buurvrouw Wiep ermee door de stof.
Ze pakt de naald aan de bovenkant vast en trekt er aan.
Dan steekt ze de naald weer naar beneden.
Op en neer, van boven naar beneden en van beneden naar boven, steeds op een ander plekje in de stof.
Zo maakt ze kruisjes.

borduursteek

“Oooowwww,” zegt Tim, “dat is makkelijk.”
Hij gaat meteen aan de slag.
Tim maakt een hartje.
Zo Tim, dat is knap.
“Lukt het?”  vraagt buurvrouw Wiep.
“Ja zeker,” lacht Tim. Hij wil het hartje laten zien.
Maar dat gaat niet.
hartje-trui
O, o
Het zit vast aan zijn trui.
Och Tim je hebt het lapje aan je trui vast geborduurd!
Wat nu!
Maar Tim vindt het niet erg.
“Nu is mijn trui nog mooier!” roept hij blij.
Buurvrouw Wiep schudt haar hoofd.
Gekke Tim.